Noodstroom in huis: wat doet een omschakelaar?

Een stroomstoring is meestal alleen vervelend, maar met een thuisbatterij of noodstroomaggregaat kun je ervoor zorgen dat belangrijke apparaten blijven werken. Hiervoor is een goede en veilige omschakeling tussen het elektriciteitsnet en de noodstroombron nodig.

Daarvoor kan een omschakelaar, ook wel transfer switch, worden gebruikt.

Wat doet een omschakelaar?

Een omschakelaar zorgt ervoor dat je woning, of een deel daarvan, kan overschakelen van het elektriciteitsnet naar een alternatieve stroombron, bijvoorbeeld:

  • een thuisbatterij met noodstroomfunctie;
  • een noodstroomaggregaat;
  • een ander geschikt noodstroomsysteem.

De omschakeling moet zo zijn ontworpen dat de verschillende stroombronnen niet ongewenst met elkaar worden verbonden.

Handmatig of automatisch?

Bij een handmatige omschakelaar schakel je zelf over wanneer de netspanning uitvalt. Dit is een eenvoudige oplossing wanneer direct overschakelen niet noodzakelijk is.

Een automatische omschakelaar (ATS) kan de stroomuitval detecteren en automatisch overschakelen naar een beschikbare noodstroombron. Wanneer het elektriciteitsnet weer beschikbaar is, kan het systeem weer terugschakelen.

Heb je dan altijd stroom?

Niet per se. Tijdens het omschakelen kan de elektriciteit kort wegvallen.

Een automatische omschakelaar is daarom niet hetzelfde als een UPS. Apparatuur die absoluut niet mag uitvallen, kan een aanvullende voorziening nodig hebben.

Moet de hele woning op noodstroom?

Dat hoeft niet. Vaak is het slimmer om alleen de belangrijkste groepen te voeden, bijvoorbeeld voor:

  • verlichting;
  • koelkast en vriezer;
  • internet;
  • verwarming en regelapparatuur;
  • enkele stopcontacten.

Grote verbruikers kunnen een thuisbatterij of aggregaat snel zwaar belasten. Denk bijvoorbeeld aan elektrisch koken, een laadpaal of andere apparatuur met een hoog vermogen.

Meer dan alleen een schakelaar

Een veelgemaakte fout is om alleen naar de stroomsterkte van de omschakelaar te kijken. Een veilige noodstroomvoorziening vraagt om meer.

Er moet onder andere worden gekeken naar:

  • een 1-fase- of 3-faseaansluiting;
  • het vermogen van de noodstroombron;
  • welke groepen aangesloten blijven;
  • beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting;
  • aardlekbeveiliging en aarding;
  • de manier waarop de installatie wordt omgeschakeld;
  • de werking van de beveiligingen tijdens noodstroom.

Vooral aarding en de elektrische beveiligingen verdienen aandacht. Een woning kan zich tijdens noodstroombedrijf elektrisch anders gedragen dan wanneer deze normaal vanuit het elektriciteitsnet wordt gevoed.

Welke oplossing past bij jouw woning?

Er bestaat daarom niet één omschakelaar die voor iedere woning geschikt is.

Een woning met een 3-fasenaansluiting en thuisbatterij kan een andere oplossing nodig hebben dan een woning waarbij alleen de koelkast, verlichting en internet tijdens een stroomstoring moeten blijven functioneren.

Een goede noodstroomvoorziening begint daarom niet bij het kiezen van een omschakelaar, maar bij het bepalen wat je tijdens een stroomstoring wilt blijven gebruiken. Daarna kan de installatie daarop veilig worden ontworpen.